WERKWIJZE

1.   Doorverwijzing

Een doorverwijzing naar een logopedist(e) kan op eigen initiatief gebeuren of na advies van een (huis-)arts, een orthodontist, een paramedicus, een leerkracht, een zorgcoördinator, CLB, …

2.   Aanmelding

U meldt zich aan bij de praktijk: telefonisch, via mail of via het contactformulier op de website. Nadien wordt een afspraak gemaakt voor een intakegesprek met de ouders en/of de cliënt zelf. Tijdens dit gesprek wordt een volledig beeld geschetst van de hulpvraag.

Indien er nood is aan bijkomend logopedisch onderzoek, wordt een nieuwe afspraak gemaakt. Anders kunnen we u, wanneer nodig, doorverwijzen naar de juiste discipline. Het onderzoek zal ingepland worden bij de logopediste met de meest aansluitende specialisatie. We houden tevens rekening met de voorkeursmomenten van de cliënt, alsook de vrije momenten in de agenda. 

3.   Onderzoek

Naargelang de hulpvraag selecteert de logopedist een testbatterij. Tijdens de onderzoeksprocedure houden we niet enkel rekening met de kwantitatieve gegevens (scores), maar observeren we ook de werkhouding en maken we een uitgebreide foutenanalyse op. Op basis van de intakegegevens en de onderzoeksresultaten stelt de logopedist een uitgebreid verslag (bilan) op. 

4.   Bespreking

Tijdens een nieuw moment wordt het bilan mondeling besproken. Extra vragen worden beantwoord en indien de keuze wordt gemaakt om therapie op te starten, dan bekijken we samen waar en wanneer de therapie kan doorgaan. De doelstellingen van de behandeling worden toegelicht, net als de praktische werking van de praktijk.

5.   Therapie

Therapie kan doorgaan in de praktijk of op een andere locatie (school, WZC, …). Er wordt op regelmatige basis gecommuniceerd met de omgeving van de cliënt, niet enkel over de therapie-inhouden maar ook over de evolutie van de behandeling. De omgeving van de cliënt betreft bijvoorbeeld ouders, school, CLB, andere disciplines, …

6.   Overleg

Wekelijks houden we een teamvergadering binnen de praktijk. Casussen worden besproken, relevante bijscholingen worden bekeken en nieuw materiaal wordt ingewerkt. Frequent wordt samengezeten met alle betrokken partijen (MDO). Op deze manier kan de transfer versterkt worden en wordt de begeleiding meer geïndividualiseerd.